Wat kun je doen tegen perfectionisme?

Als je een rasechte perfectionist bent, valt het niet mee om dat los te laten. Wat kun je doen om toch een heel klein beetje de Franse slag te ontwikkelen?

1. Laat een foutje zitten.

Zit er een vlekje op je broek? Is je keuken rommelig? Liggen je dossiers niet op alfabet? Doe er even niets aan. Probeer de imperfectie te verdragen. Leid jezelf af. Er zijn belangrijker dingen.

2. Doe iets wat je niet goed kunt.

Begin met een hobby waarin je nooit zult uitblinken. Ga tangodansen, kalligraferen, glas-in-loodramen maken, yoga’en of paardrijden. Dit helpt je om te wennen aan fouten maken. Have fun!

3. Ontwikkel humor.

Zie de humor in van je imperfecties. Die zijn vaak grappig. Vertel over je minder sterke eigenschappen aan je vrienden. Wedden dat ze ook ‘zwakheden’ hebben.

4. Noem fouten geen fouten.

Geef een fout een andere naam. Suggesties: ‘creatieve oplossing’, ‘slip of the tongue’, ‘dichterlijke vrijheid’ of ‘bewijs van mijn levendige geest’. Lastig? Probeer dan de term ‘vergissing’. Klinkt toch wat milder.

5. Laat de ander zijn wie hij/zij is.

Zie je een imperfectie in iemand anders? Zeg er niets van, ook niet als die persoon al lang uit beeld is. Natuurlijk oordeel je, dat kan niet anders, maar laat het oordeel ook weer wegsmelten.

6. Ga imperfect de straat op.

Vertoon je in het openbaar zonder je vertrouwde make-up, geföhnde kapsel of stijlvolle jas. Wees tien procent slonziger dan normaal. Geniet van vriendelijke knikjes. En geef geld aan een zwerver.

7. Plaats een blunder op de sociale media.

De sociale media zijn er voor je meest glanzende kant. Doorbreek dat patroon. Deel je imperfectie. Dat doe ik deze week elke dag, dus volg me op facebook.

8. Vergelijk jezelf niet met perfectere mensen.

Kijk je met ontzag naar perfectere mensen? Bedenk: ‘Er kan maar één groep de Beatles zijn. Dat hoeft anderen er niet van te weerhouden muziek te maken.’

9. Maak een dikke, vette fout.

Als uitsmijter een advies voor gevorderden. Maak opzettelijk een fout. Schrijf ‘wordt’ waar het ‘word’ moet zijn. Desnoods in een mailtje naar een vriendin. Bestel courgettesoep als er tomatensoep op het menu staat. Oefen je in een laconieke reactie. ‘Oh, echt? Ja, kan gebeuren.

PS: Dit blog over perfectionisme is geschreven in één uur, meestal doe ik er ruim drie uur over. Ik heb het geschreven in een restaurant, tussen het voor- en het hoofdgerecht. Het is niet geredigeerd en niemand heeft me feedback gegeven. Ik heb het ook niet gecontroleerd op papier. Mijn doel was om het heel snel af te hebben, niet om het perfect te maken. Want… better done than perfect.

De perfectionist

Sommige mensen hebben last van perfectionisme. Hun innerlijke criticus ziet elk krasje, elke rimpel, elke spelfout. Ze streven naar perfectie, maar die bereiken ze nooit. Wat te doen tegen de perfectionist in jezelf?

‘Wat is je slechtste eigenschap?’, wordt vaak gevraagd tijdens een sollicitatiegesprek. Een heel populair antwoord: ‘perfectionisme’. Komt natuurlijk goed over op een potentiële werkgever, want die wil geen sloddervos aannemen. Maar is perfectionisme wel zo perfect?

Perfectionisme draagt niet bij aan succes

Allereerst is het handig om te begrijpen dat perfectionisme problematisch is. Het leidt tot uitstelgedrag. Als je eenmaal aan een taak begint, doe je er als perfectionist veel te lang over. Bovendien bedreigt overdreven perfectionisme je psychische gezondheid. Je kunt er gespannen, opgebrand en zelfs depressief van raken.

Jezelf vergelijken met het facebook-imago van iemand anders

Misschien zijn veel mensen perfectionistisch omdat ze via de sociale media een te positief beeld krijgen van anderen. Ze vergelijken zich met iemands imago, niet met iemands realiteit. Er staan nooit foto’s op facebook van voortslepende echtelijke ruzies, beschimmelde vaat of een dagje apathisch hangen voor de tv.

Mensen zijn ook perfectionistisch omdat ze een perfect leven verwarren met een betekenisvol leven. Ze denken dat hun leven pas echt waardevol kan zijn, als alles perfect is. Hun spullen, hun huis, hun relatie, hun uiterlijk, hun vriendschappen, hun kinderen, alles moet perfect zijn. Maar dat lukt niemand.

Even geen perfectionisme | vredig moment

Heel ontroerend vond ik een gesprek dat ik laatst had met een vriend van mij, Norbert. Hij vertelde dat hij diep in zijn hart altijd bang is geweest om een gehandicapt kind of kleinkind te krijgen. Nu past hij wekelijks een dag op zijn meervoudig gehandicapte kleindochter. “En ik beleef de mooiste, vredigste momenten met haar. Het is zo fijn om goed voor haar te zorgen. Heerlijk als ze lacht.”

Zijn verhaal herinnerde me er weer even aan dat het leven niet gaat over perfect zijn. Het gaat over contact, warmte, openheid, ervaringen, diepgang en stilte. Over emoties kunnen hanteren, inclusief het voelen van je teleurstelling over al het imperfecte.

Hoe ga je om met de veroordelaar in jezelf?

Sommige mensen hebben harde oordelen over zichzelf. Ze halen zichzelf neer, zien elke misstap als een grote blunder. Hun innerlijke criticus is een echte veroordelaar. Wat te doen?

Een greep uit de oordelen die we over onszelf hebben: lui, jaloers, niet ad rem, zwak, traag, dom, afhankelijk, geen doorzetter, onverstandig met geld, oud, lelijk of ondankbaar. Herken je er een of meer? Iedereen heeft dergelijke oordelen over zichzelf.

Vriendschappelijke blik
Je zou waarschijnlijk milder oordelen, als een van je vrienden dezelfde eigenschap had. “Hij is soms wat lui, maar als het erop aankomt, kan hij heel hard werken. Echt iemand die je zou vragen voor je verhuizing.” Of: “Zij is niet uitgesproken knap, maar ze hééft iets en ze kleedt zich goed. Haar uitstraling is bijzonder.”

Veroordeel je oordeel niet
Hoe kun je ophouden met oordelen over jezelf? De eerste stap is om niet langer te denken dat je jezelf niet zou moeten veroordelen. Dus stop met het oordeel over het oordeel. Creëer ruimte. In plaats van ‘wat stom dat ik mezelf veroordeel’ kun je denken: ‘Kijk, wat interessant, ik veroordeel mezelf nu. Laat ik daar eens over nadenken. Wat kan ik erover ontdekken?’

Maak het milder
De volgende stap is om je af te vragen of het oordeel milder kan. Misschien haal je je vermeende minder sterke eigenschap uit proportie. Ben je in alle gevallen dom? Of kun je enorm goed rekenen en plannen, maar ben je niet zo sterk in schrijven? Ben je werkelijk nooit ad rem, of sta je alleen met een mond vol tanden als iemand plotseling boos op je wordt? Nuanceer je oordeel en bedenk een aantal situaties waarin je wel slim of ad rem was.

Denk niet, maar voel
Oordelen komen vaak in de plaats van gevoelens. Anders gezegd: ‘doen’ komt in de plaats van ‘zijn’. Als je het oordeel niet ‘denkt’, maar het als het ware ‘voelt’, wat gebeurt er dan? Misschien word je verdrietig of voel je teleurstelling. Je zou perfect willen zijn, maar helaas… dat ben je niet. Geen enkel mens heeft alleen maar goede eigenschappen.

Compassie
Een zelfcompassie-experimentje. Bedenk hoe je je voelt tegenover de mensen om wie je veel geeft. Neem er één in gedachten. Misschien ervaar je iets van vriendelijkheid vanuit je hart. Mildheid, zachtheid, geduld, acceptatie.

Kijk eens of je diezelfde vriendelijkheid ook naar jezelf kunt richten. Voelt het gek, lastig, onmogelijk? Begrijpelijk, want dat zijn we niet gewend. En ook daar kun je een oordeel over hebben. Maar je kunt ook zeggen: ‘Hé, interessant! Wat kan ik daarover ontdekken?’

Zes soorten zelfkritiek. Welke herken jij?

Bij de term ‘innerlijke criticus’ heeft iedereen wel een beeld. Maar wist je dat er maar liefst zes soorten zijn?

Even opfrissen: wat is ook alweer exact die innerlijke criticus? Dat is een gedachte over jezelf die jou niet steunt, maar je juist in de weg zit. De innerlijke criticus bestaat uit vermaningen naar jezelf, negatief commentaar op jezelf en sombere ideeën over jezelf. Er zijn zes soorten van de innerlijke criticus.

De veroordelaar
De veroordelaar heeft een nogal uitgesproken, ongezouten mening over jou. ‘Ik ben lelijk.’ Of: ‘Wat doe ik toch weer onhandig, ik kan ook niks.’ De veroordelaar heeft een ideaalbeeld van jou voor ogen en daar voldoe je niet aan. Hij velt een ongenuanceerd oordeel.

De saboteur
De tweede vorm van de innerlijke criticus heet de saboteur: ‘Ik begin er maar niet aan, het lukt me toch niet.’ Of: ‘Ik kan het niet, dat zul je zien.’ Of: ‘Ik blijf maar gewoon doen wat ik altijd doe, dan gaat er niets mis.’ De saboteur ondermijnt je plannen, ambities en dromen.

De vernietiger
De vernietiger is veruit de akeligste vorm van de innerlijke criticus. Volgens hem kun je er maar beter helemaal niet zijn. ‘Ik ben niet de moeite waard. Niemand zit op mij te wachten.’ De vernietiger is zo naar! Zoek professionele hulp als de vernietiger een grote rol speelt in je leven.

De opjager
De opjager heeft net als de andere innerlijke critici een oordeel over jou, maar jaagt je bovendien op om jezelf te verbeteren. Je moet meer je best doen: harder lopen en hoger springen. Op het sportveld en ver daarbuiten. De opjager kun je herkennen aan gedachten als ‘Ik moet dit in veel minder tijd doen dan de vorige keer.’ Of: ‘Ik moet van dit project een groot succes maken.’

De perfectionist
De perfectionist zorgt ervoor dat je altijd wat te verbeteren hebt. Alles kan altijd mooier, verfijnder, intelligenter, beheerster, aangenamer en beschaafder. ‘Ik zie er niet zo goed uit, want deze handtas past niet bij mijn schoenen.’ De perfectionist houdt je dus behoorlijk bezig, want perfectie bestaat eigenlijk niet.

De controlfreak
De laatste vorm van de innerlijke criticus is de controlfreak. Dit gespannen type wil graag alles onder controle houden. ‘Ik moet van minuut tot minuut een draaiboek maken voor het feest, anders loopt het mis.’ Niets mag uit de hand lopen. Dus go with the flow is uit den boze. De controlfreak laat zijn greep nooit los.

Nu aan de slag
Word je een beetje moedeloos van al deze types? Snap ik. Herken je je in een of meerdere soorten? Heel normaal. Is er iets aan te doen? Ja, gelukkig wel. Blijf dit blog volgen, want in de komende tijd bespreek ik remedies tegen enkele vormen van zelfkritiek.

Kun je nu ook al iets doen? Zeker!
Merk je dat je jezelf veroordeelt, stop dan met het woord ‘ik’ te gebruiken bij zelfkritiek. Zeg dus niet: ‘Ik ben altijd zo slordig.’ maar ‘Mijn innerlijke criticus zegt dat ik altijd slordig ben, maar…’ Op deze manier neem je wat afstand van je innerlijke criticus. Je valt er niet meer mee samen. Dat is een goed begin.

Uitstellen en surfen zonder schuldgevoel

Als de innerlijke criticus commentaar op je heeft, komt dat vaak in de plaats van een emotie. Maar hoe werkt dat? En wat kun je eraan doen? Twee voorbeelden.

Mijn cliënt Nadine, een ervaren weddingplanner, baalt van zichzelf. Ze heeft de hele vrijdagochtend klusjes in huis gedaan en uiteindelijk ’s middags maar drie uur gewerkt. Haar zelfkritiek: ‘ik ben lui!’

Wat was ze van plan op die vrijdag? “Een uitgebreide offerte schrijven voor de organisatie van de huwelijksdag van Bert en Anneke.” Maar er zit een addertje onder het gras. “Het voelt eigenlijk niet goed: Anneke veegt alle ideeën van Bert zó van tafel. Ik maak me zorgen of dat straks problemen gaat opleveren.”

Nadine heeft dus last van uitstelgedrag, omdat er iets knaagt.

Ze is niet lui, maar ze negeert wel haar gevoel, waardoor ze niet verder kan. Na een korte brainstorm besluit Nadine om haar bezorgdheid eerst te bespreken met het echtpaar, voordat ze de offerte afmaakt.

Een andere cliënt, Timothy, is zelfstandig gevestigd therapeut. Tenminste, bijna. Hij is zijn opleiding aan het afronden.

Timothy heeft de hele ochtend op internet gesurft, omdat zijn favoriete voetbalspeler na langdurig onderhandelen een transfer krijgt naar een elftal in de Champions League. Maandenlang heeft Timothy toegeleefd naar dit grote moment. Toch zit hij zichzelf op de kop. “Ben ik nu niet ontzettend veel tijd aan het verknoeien? Ik lijk wel verslaafd.”

Mijn advies aan Timothy is om te voelen over de transfer, in plaats van te oordelen over zijn surfgedrag. “Tjonge, ik ben er zo opgewonden over. Ik leef echt met hem mee. Hij gaat iets nieuws doen, op een hoger niveau spelen. En ik mag hem zo graag, hij is echt een toffe gast. Het is zo geweldig voor hem dat hij deze kans krijgt. Ik ben al weken aan het toeleven naar dit nieuws.”

Timothy’s enthousiasme dwarrelt als confetti in het rond.

Waarom oordelen? Ik vraag Timothy wat hij van plan was om te doen op de transfer-dag. “De presentatie afronden voor mijn afstuderen.” En heb je dat uiteindelijk gedaan? “Jawel hoor, maar ik ben tot elf uur ’s avonds bezig geweest.” Is dat een probleem? “Nee, eigenlijk niet echt.”

Ook Timothy gaf zichzelf niet de ruimte om zijn blijdschap te voelen, maar in plaats daarvan veroordeelde hij zichzelf.

Een advies. Als je gaat internetsurfen of uitstellen, neem dan even pauze. Ervaar wat je voelt en maak heel bewust de keuze. Wil je echt graag een paar uur besteden aan iets anders dan je had gepland? Of speelt er iets op het emotionele vlak? Bepaal zo nodig wanneer je je werk wel gaat afronden.

Zo geniet je meer van klusjes doen of surfen over het net, omdat je weet wat je voelt, wat er in je speelt en wat je plan is voor de rest van de dag.

Waarom is je leidinggevende zo kritisch?

De innerlijke criticus is een veroordelende gedachte over jezelf. Iets in je eigen hoofd dus. Maar een kritische houding naar jezelf is ook iets wat je gemakkelijk kunt projecteren op mensen met autoriteit. Je denkt dan dat ze strenger zijn dan ze in werkelijkheid zijn.

Een coachingscliënt van mij, Harma, had een beleidstekst ingeleverd bij haar leidinggevende. “Hij reageerde met: lekker kort. Maar zijn opmerking had zo’n ondertoontje, weet je wel. Hij bedoelde natuurlijk dat ik wat uitgebreider had moeten schrijven.” Wist zij dat zeker? Zoiets als ‘een ondertoontje’, dat vul je gemakkelijk zelf in. “Tja, eigenlijk heb ik niet echt doorgevraagd,” zei Harma.

Zo verandert een compliment in je hoofd in kritiek, door projectie van de innerlijke criticus op een ander.

Waardoor projecteer je je innerlijke criticus zo gemakkelijk op mensen die boven je geplaatst zijn? Waarschijnlijk is je strenge innerlijke stem grotendeels ontstaan door het commentaar dat je ouders op je hadden. Een leidinggevende heeft iets over je te zeggen. Dus die lijkt al snel streng en oordelend.

Wat kun je doen als je het vermoeden hebt dat je het commentaar van een hogergeplaatste negatiever opvat dan bedoeld? Voel eerst je schrik: ‘Oeps, ik heb iets niet goed gegaan.’ Als je dat gevoel van schaamte toelaat, ebt het uiteindelijk weer weg.

Een paar uur later kun je op het commentaar terugkomen. “Wat bedoelde je precies met ‘lekker kort’? Is het soms te kort, mis je iets? En heb je nog andere tips?”

Het vergt veel moed om te vragen hoe iemand iets heeft bedoeld. Want daarmee geef je jezelf bloot: je laat weten dat de opmerking je heeft geraakt. Dat is behoorlijk lastig, maar het heeft ook een voordeel.

Als namelijk blijkt dat het commentaar van de ander puur positief was bedoeld, valt de projectie van je eigen innerlijke criticus op de ander weg. Dan kun je je leidinggevende ervaren zoals hij of zij is: iemand die je een compliment geeft. Omdat je zo lekker kort en krachtig schrijft.

De innerlijke criticus ontmaskeren in tien stappen

Stap 1: Neem de tijd voor je gedachten

Je kunt in je eentje gaan wandelen, naar muziek luisteren of een kopje thee drinken op de bank, zonder afleiding. Pas dan dringen die nare achtergrondgedachten echt tot je door. Dat klinkt misschien onaantrekkelijk, maar dan kun je er tenminste iets aan doen.

Stap 2: Onderscheid gewone van kritische gedachten

Heb je negatief commentaar op jezelf? Ga er dan van uit dat al je veroordelende gedachten afkomstig zijn van de innerlijke criticus. Dat klopt voor 95 procent van je zelfkritische gedachten, dus grote kans dat je goed zit.

Stap 3: Benoem je zelfkritiek in de ik-vorm

Breng de zelfkritische gedachten onder woorden: ‘Ik kan ook niks’, ‘Ik moet efficiënter werken.’ ‘Ik zie er niet goed uit.’ Allemaal munitie van je innerlijke criticus. Als je de gedachten benoemt, dan erken je ze. Dat is een waardevolle stap.

Stap 4: Schuif het in de schoenen van de innerlijke criticus

Schrijf je negatieve gedachten toe aan de innerlijke criticus. Zo neem je afstand. Gebruik deze zin: ‘Mijn innerlijke criticus zegt…’ Vul de zin aan met uitspraken als ‘…dat ik niks kan, dat ik efficiënter moet werken, dat ik er niet goed uitzie.’

Stap 5: Snoer de innerlijke criticus de mond

Leg geduldig aan je innerlijke criticus uit dat je niet op zo’n negatieve toon wilt worden aangesproken. Zou je zo’n botte uitspraak accepteren van je vrienden? Nee toch?

Stap 6: Nuanceer het zelfverwijt

Wees niet negatief over jezelf, maar genuanceerd. Suggesties: ‘Ik kan veel, dit ben ik aan het leren.’ ‘Ik heb meestal geen moeite met efficiënt werken, maar nu ben ik moe.’ ‘Dit is een leuke jurk. Morgen ga ik naar de kapper.’

Stap 7: Neem afscheid van je ideaalbeeld

Zeg vaarwel tegen het ideaalbeeld dat je van jezelf hebt. Je wordt nooit die vrouw uit de J’adore-reclame. Je weet wel, in dat zwembad, met die gouden jurk aan. Of CEO van Unilever. Of de nieuwe lady Di. Of George Clooney. Je bent gewoon een leuke persoon. En je ziet er goed uit! Dat is ruimschoots genoeg.

Stap 8: Voel de teleurstelling

Jammer hè, dat je nooit perfect zult zijn? Dat niets perfect is in je leven? Treur er een beetje om.

Stap 9: Ontwikkel zelfcompassie

Kijk naar jezelf met de ogen van de dalai lama. Vol vriendelijkheid, humor en acceptatie. Er is een plek voor jou op aarde. Mensen geven om je. De sering bloeit en geurt op dit moment, en dat doet -ie ook voor jou.

Stap 10: Voel je bevrijd

Geniet van het gevoel van vrijheid. Jezelf niet op je kop zitten is zo fijn! Niet perfect hoeven zijn is een opluchting.

Negen voordelen van de innerlijke criticus

Let op: dit artikel is niet bedoeld voor mensen met ironie-blindheid.

Gelukkig heb je een innerlijke criticus. Wie zou je zijn zonder die veroordelende gedachten over jezelf? Negen voordelen van zelfkritiek.

  1. Dankzij je innerlijke criticus word je nooit arrogant. Je gaat niet naast je schoenen lopen, want je bent nou eenmaal een enorme loser. Gelukkig maar.
  2. Je hoeft nooit iets nieuws te proberen, want dat kun je toch niet. Dus je begint er maar niet aan. Lekker makkelijk.
  3. Je hebt altijd gezellig gebabbel in je hoofd. Een soort niet aflatende commentaarstem. Leuk, net radio 1.
  4. Als er iets in de soep loopt, dan is het jouw fout. Simpel! Je hebt geen zondebok nodig. Wel zo sociaal.
  5. Je hoeft geen belachelijke cursussen te doen over persoonlijke ontwikkeling. Meditatie? Persoonlijke effectiviteit? Hot yoga? Doei! Je innerlijke criticus weet de weg.
  6. Je hoeft niet in therapie. Je kent jezelf toch al? Je weet wat je bent: een sukkel, een slappeling, dus een verbeterproject. Dat bespaart ook weer een hoop geld en tijd.
  7. Je hebt één heel goede vriend(in): je innerlijke criticus. Hij of zij is fijn gezelschap, geeft prima advies en is er altijd voor je. Hoera: niemand anders nodig.
  8. Je koestert de normen en waarden van je ouders: hard werken en niet zeuren. Waarom zou je het wiel opnieuw uitvinden?
  9. Hand in hand met je innerlijke criticus kun je lekker hard zijn voor jezelf. Wie wil er nou een zacht ei worden? Jij in ieder geval niet. Wat een opluchting.

Alledaagse zelfkritiek

Opeens hoorde ik het geluid van verkreukelend aluminium.

Met de auto stond ik op station Nijmegen, een treinreiziger op te wachten. Voor mij reed iemand weg, dus schoof ik een plaatsje op in de rij met wachtende auto’s.

Toen snerpte dat akelige geluid van blik dat verkreukelt.

‘Nee hè, ik heb waarschijnlijk een deuk in het rechterportier gereden. Wat een sukkel ben ik toch. Waarom let ik niet beter op die paaltjes? Daar ben ik natuurlijk te dicht langsgereden.’

Eerst bleef ik nog even in de auto zitten, de confrontatie met de deuk uitstellend. Toen raapte ik alle moed bij elkaar om de schade te inspecteren.

Hé, ik stond gewoon netjes dertig centimeter van de paaltjes vandaan. Nergens een deuk te bekennen. Wel lag pal achter de rechter voorband een platgereden blikje chocolademelk.

Al die verwijten over ‘niet goed opletten’ waren dus onterechte opmerkingen van mijn innerlijke criticus. De zon scheen de hele tijd al, maar opeens kon ik ervan genieten.

Hoe betrap je je innerlijke criticus? Vijf manieren

Hoe onderscheid je de opmerkingen van de innerlijke criticus van je andere gedachten? Wanneer is nu precies de innerlijke criticus aan het woord?

Het kan verwarrend zijn om dat te bepalen, want soms lijken strenge en gewone gedachten erg op elkaar. Een eerste aanwijzing: de toon van de innerlijke criticus is niet vriendelijk of neutraal, maar hard en gemeen.

Huh, de toon? Ja, de opmerkingen van de innerlijke criticus klinken vaak akelig, als je ze zou uitspreken. ‘Wat ben ik toch dom!’, bijvoorbeeld, dat is er zo eentje. Zoiets zeg je niet tegen je beste vriendin: ‘Wat ben jij toch dom!’

Ten tweede klinken de opmerkingen van de innerlijke criticus nogal stellig en ongenuanceerd. Bijvoorbeeld ‘Ik heb totaal geen gevoel voor muziek’. Grote kans dat dat niet helemaal klopt. Of zelfs helemaal niet klopt. Zwartwit denken leidt vaak tot zelfkritiek.

Gedachten van de innerlijke criticus zijn ook te herkennen doordat je jezelf met een ander vergelijkt. En die vergelijking valt dan altijd ongunstig voor jou uit. In de sportschool bijvoorbeeld. Daar let je innerlijke criticus niet op de beginners, maar wel op iedereen die harder rent of zwaarder tilt dan jij. Vergelijken, dat is kenmerk nummer drie.

En dan nummer vier: er moet ook een belletje bij je gaan rinkelen als een gedachte telkens terugkeert. Je denkt niet één keertje ‘laat ik eens wat vaker opruimen’. Nee, de innerlijke criticus draait een repeterend geluidsfragment in je hoofd af: ‘wat ben ik toch slordig – ik moet hier nodig orde scheppen – het is een puinhoop – ik ben een slons – waarom ruim ik het hier niet eindelijk eens een keertje grondig op?’

Zo, nu het vijfde kenmerk van de innerlijke criticus: het woord ‘waarom’. ‘Waarom doe ik het niet gewoon meteen goed? Waarom kan ik dit niet beter?’ Vervelende vragen waarop het antwoord alleen maar verdedigend kan zijn.

Met deze vijf herkenningspunten kun je de innerlijke criticus leren kennen. Een mooie eerste stap.