Het coronavirus en de innerlijke criticus

Het coronavirus zet je leven op zijn kop. Afspraken gaan niet door, je dagritme is anders dan gewoonlijk. Je werkt vaker online en je ziet minder mensen. Misschien heb je veel boodschappen gehamsterd en ga je een tijdje de deur helemaal niet uit. Wat doet dat allemaal met je innerlijke criticus?

In het jaar 1918 werd de wereld ook geteisterd door een pandemie: de Spaanse griep. Sindsdien is er niet zo’n omvangrijke epidemie meer geweest. Grote kans dus dat je zo’n grote verstoring van het dagelijks leven nog niet eerder hebt meegemaakt. Het is even wennen…

Gewoontedier

In deze situatie merk je hoezeer je een gewoontedier bent: je wilt waarschijnlijk het liefst dat alles hetzelfde blijft. Toch moet je nu een heleboel gewoontes veranderen. Anderen geen hand meer geven, langer je handen wassen, hoesten in je elleboog, enzovoort. Dat vergt aandacht, zoiets leer je niet heel gemakkelijk aan.

Je geeft jezelf op de kop

Soms doe je iets verkeerd. Dan geef je bijvoorbeeld per ongeluk iemand een hand om je voor te stellen. De innerlijke criticus kan dan op je nek springen en zeggen: sufferd, denk toch na! Maar gewoontes zijn niet zo gemakkelijk aan- of af te leren. Dus vergeef jezelf en probeer het opnieuw.

Bezorgd

Belangrijk is ook dat je de tijd neemt om de verspreiding van het virus te verwerken. Ben je wat moe, verstrooid, gespannen of in de war? Neem dan rust om je stemming te peilen. Welke emoties roept het virus op? Voel je je angstig, boos of verdrietig? Zijn er mensen in je omgeving waarover je je zorgen maakt?

het coronavirus en de innerlijke criticusHeel erg wennen

En dan nog het persoonlijke deel van de verwerking. Je dag heeft nu een andere invulling en een afwijkend tempo. Wat ervaar je door deze verandering van je dagelijks leven?

Welke elementen van het pre-virus-tijdperk mis je het meest en waarom? Waar baal je van in deze nieuwe situatie? Of is het juist een opluchting voor je dat bepaalde dingen niet doorgaan? Dat kan natuurlijk ook.

Druk op thuissituatie

Waarschijnlijk ben je meer met je partner of gezin samen. Dat kan thuis leiden tot irritaties. Erger je je normaal gesproken eenmaal per week aan je kind, dan kun je er gemakkelijk overheen stappen. Maar als je kind je driemaal per dag irriteert, dan kun je wel eens ontploffen.

Wees mild naar jezelf: veranderingen geven stress. Zeg sorry, leg je kind uit dat je niet helemaal in balans bent en zoek samen een oplossing.

Oplossing zoeken

Zelf heb ik veel behoefte aan alleen zijn. Als mijn partner naar het werk is, ga ik thuis kalm mijn eigen gang. Ik werk in mijn kantoor op zolder en doe tussendoor het huishouden. In mijn eigen rustige ritme van eb en vloed.

Nu mijn partner de hele dag thuis is, mis ik de uurtjes waarin ik ongestoord doe wat er in mij opkomt. Hoeveel ik ook van haar houd, soms wil ik een dagje alleen zijn.

We lossen dit op door bijvoorbeeld niet samen te lunchen, maar elk een eigen lunch klaar te maken wanneer we eraan toe zijn. Dat geeft me mijn ruimte alweer een beetje terug.

Hogere werkdruk

Het coronavirus heeft er misschien toe geleid dat je werkdruk veel hoger is dan gewoonlijk. Je moet nieuwe dingen leren, nog meer online werken dan voorheen, improviseren, beslissingen nemen, je planning telkens weer aanpassen.

Nieuwe, andere dingen doen leidt vaak tot een hevige reactie van je innerlijke criticus: ‘Waarom doe ik dit niet sneller?’, ‘Wat stom van mij dat ik dit niet kan’. ‘Ik had dit moeten voorzien.’

Adem uit en wees mild. Je bent in een ongewone situatie. Dat vergt aanpassing.

Had ik maar… was ik maar…

Het virus kan er ook toe leiden dat je innerlijke criticus voortdurend ‘had ik nou maar…’ zegt. ‘Had ik nou maar tijdig extra medicatie aangevraagd bij de apotheek.’ ‘Had ik nou maar eerder een tweede thermometer gekocht.’ ‘Was ik nou maar niet in die trein gaan zitten, want nu heb ik corona-verschijnselen.’

Tja, achteraf gezien weet de innerlijke criticus heel goed wat je had moeten doen. Maar wie kon deze situatie van tevoren helemaal juist inschatten?

Aanvaarden

Ik wens jou en mezelf veel zelfacceptatie en mildheid toe, de komende tijd. Laten we geduld hebben met onszelf en elkaar. Laten we de tijd en rust nemen om de veranderingen te verwerken. En laten we onze wijsheid aanspreken om de realiteit te aanvaarden.

Zelfhaat? Zo akelig!

De serie ‘zes soorten zelfkritiek’ sluiten we af met de akeligste van het zestal innerlijke critici: de vernietiger. Heel soms kan het gevoel je overvallen dat je niet de moeite waard bent, dat je er beter niet kan zijn. Met andere woorden: je wordt overvallen door zelfhaat.

Zelfhaat kent bijna iedereen wel, het is echt een superakelig gevoel. Je vraagt je af of er iets fundamenteel mis met je is. Je wilt wel onder een steen kruipen, door de grond zakken. Je denkt dat je tekortschiet als mens. Dat kan leiden tot bijvoorbeeld niet goed voor jezelf zorgen, je eigen grenzen niet bewaken, slordig met jezelf omgaan.

Voldoe je niet aan je eigen ideaalbeeld?
Waar kan zelfhaat vandaan komen? Er zijn allerlei oorzaken mogelijk. Misschien heb je een ideaalbeeld voor ogen waaraan je niet kunt voldoen. Je denkt dat alleen absolute hoogvliegers het waard zijn om te leven: televisiepersoonlijkheden, helden, succesvolle ondernemers, uitvinders, miljonairs. Aan dat beeld voldoe je niet, dus haat je jezelf.

Weer niet perfect? Dit is de oplossing
De oplossing? Als je een ideaalbeeld voor jezelf koestert, kijk dan eens naar de mensen om je heen. Er zijn een hoop doodgewone mensen te vinden die toch heel erg leuk zijn. En gelukkig. Leg de lat een flink eind lager voor jezelf. Maak een grappig vlogje, of zet een dappere stap, of bedenk een goed idee, of spaar een beetje geld… Ook al heel erg mooi!

Nare dingen in je jeugd
Misschien ligt de oorzaak van die vernietigende innerlijke criticus in je jeugd. Je hebt als kind veel nare dingen meegemaakt en daardoor kwam er boosheid of haat naar je ouders in je op. Kinderen kunnen zich die boosheid niet permitteren, omdat ze afhankelijk zijn. Dus worden ze boos op zichzelf. De ‘haat naar buiten’ neemt een u-bocht en verandert in ‘haat naar binnen’.

Nare jeugd? Dit is de oplossing
Ligt de oorzaak in je jeugd, maak dan van de u-bocht een pijl. Met andere woorden: wees eerlijk naar jezelf over wat je je ouders verwijt. Praat er een keer over met iemand, het liefst met een goede psychotherapeut. Vertel hoe boos en teleurgesteld je bent dat je ouders geen optimale opvoeders waren: depressief, gescheiden, aan de drank, emotioneel incapabel, of wat dan ook. Krop het niet op, anders houd je de u-bocht van zelfhaat in stand.

Heb je een fout gemaakt?
Misschien heb je écht een fout gemaakt. Iets grondig verkeerd gedaan. Ook dat kan een aanleiding zijn voor zelfhaat. De meeste van je vrienden lopen niet te koop met hun blunders. Dus als je iets echt fout doet, dan denk je al snel dat je de enige bent. In werkelijkheid maakt iedereen weleens een flinke vergissing.

Dit is de oplossing
Heb je echt iets helemaal verkeerd gedaan, of valt het eigenlijk wel mee? Soms kun je na een tijdje zien dat je zogenaamde fout welbeschouwd helemaal niet zo ernstig was. Dan heelt de tijd alle wonden. Maar soms heb je écht een grote fout gemaakt. Maak dan je excuses zodra je het kunt. Of vergeef jezelf. Of maak het goed.

Een cliënt van mij verweet zichzelf telkens weer dat ze niet goed voor haar demente moeder had gezorgd. Ze kon de zorg gewoonweg niet opbrengen. Moeder was inmiddels overleden. Nu werkt mijn cliënt wekelijks als vrijwilliger in een verzorgingstehuis met demente bejaarden. Dat voelt voor haar als goedmaken en ze heeft er nog veel plezier in ook. De zelfhaat is verdwenen.

De vernietiger: de akeligste van alle soorten zelfkritiek

Sommige mensen hebben de diepgevoelde overtuiging dat ze het niet waard zijn om te leven. Dat ze er niet toe doen, er beter niet hadden kunnen zijn. Hun innerlijke criticus heeft dan de vorm aangenomen van ‘de vernietiger’.

Het is heel, heel verdrietig als mensen hun eigen bestaansrecht en eigenwaarde niet ervaren. Als ze geloven dat ze er beter niet hadden kunnen zijn. Ik denk dat deze vorm van de innerlijke criticus veel zelfdodingen op zijn geweten heeft. Heel akelig.

Wat kun je doen?
Wat kun je doen als je zo iemand kent? Zeg niet: ‘Joh, je bent wel veel waard.’ Dat helpt niets. Kijk of je begrip kunt opbrengen voor wat iemand heeft meegemaakt, welk trauma iemand heeft opgelopen. Grote kans dat iemands jeugd heel akelig is geweest.

Mensen die vinden dat ze het niet waar zijn om te leven, hebben als kind vaak te maken gehad met veel narigheid. Vaak was er sprake van verwaarlozing, misbruik, geweld, ouders die verslaafd waren. Of een combinatie daarvan.

Innerlijke criticus - vernietigerHet wreekt zich
Als een kind in de eerste jaren niet de juiste zorg en aandacht heeft gehad, niet zorgeloos kon zijn, dan wreekt dat zich in het latere leven. Als volwassene redt zo iemand het dan vaak nauwelijks in het leven. Wie een heel nare jeugd heeft gehad, heeft hulp nodig om de psychische schade enigszins te verwerken.

Er bestaan mensen die ondanks zo’n akelige jeugd toch best gelukkig zijn geworden. Maar ik ken er veel meer die eraan onderdoor zijn gegaan. Ze zorgen als volwassene niet goed voor zichzelf en hun kinderen. Oude patronen herhalen zich.

Een baken in zee
Wie het wel redt, heeft vaak de juiste hulp gevonden en die aanvaard. Vaak was er in de jeugd iemand die wel in balans is: een buurvrouw, een oma of een leraar op school. Ook later in het leven durven ze dan te steunen op betrouwbare hulpverleners of een fijne partner.

Kinderen in heel lastige thuissituaties hebben vaak een reddende fantasie: ‘ik ben eigenlijk een prinses en het is een test dat ik in dit rare gezin opgroei’. Of: ‘Mijn beer is mijn vriend en aan hem kan ik alles vertellen’. Ze spelen veel buitenshuis, lezen veel of vinden troost in de natuur.

Professionele hulp nodig
De geest van een mens is veerkrachtig en veel mensen hebben een innerlijk houvast, ondanks tegenslagen. Maar wie vaak de stem van de innerlijke criticus in de vorm van de vernietiger hoort, heeft goede, professionele hulp nodig. Ken je zo iemand, geef dan erkenning aan de pijn en spoor de ander om goede, professionele hulp te zoeken.

Hoe ga je om met de innerlijke opjager?

Sommige mensen blijven maar bezig. Ze kunnen niet goed stoppen met hun activiteiten, beginnen telkens een nieuwe klus. Hun innerlijke criticus is een echte opjager. Een slavendrijver. Wat te doen?

Als je innerlijke criticus een opjager is, ben je niet goed in ontspannen. Moet je ergens wachten, dan erger je je. In de file vreet je jezelf op. Een rij in de supermarkt, een trein met vertraging – je kunt er niet tegen. En ga je eindelijk een keer op de bank zitten met een kop thee, dan ervaar je juist extra spanning. Want je wilt dóór.

Waarom ontspannen?
De uitdaging is om te leren ontspannen, zodat de opjagende innerlijke criticus het opgeeft. Waarom? Omdat in ontspanning de sleutel ligt tot tevredenheid. In een relaxte staat ben je kalm, blij, happy. Je krijgt goede ideeën, opent je hart, wordt creatief, reflectief, wijs. In ontspannen toestand realiseer je je dat je een korreltje zand op het strand bent. Ontspanning relativeert.

Geef het de tijd
Hoe pak je het aan? Besef dat het begin van ontspanning juist spanning betekent. De eerste tien tot twintig minuten rust voelen vaak niet lekker, eerder onprettig. De innerlijke slavendrijver kakelt in je oor als een papegaai. Blijf dan juist wat langer zitten, in plaats van weer op te springen. Grote kans dat je na zo’n dertig tot veertig minuten iets van ontspanning ervaart.

Blijf oefenen, stop er niet mee
Leren ontspannen vergt tijd en geduld. Begin zo nodig met vijf minuten en bouw dat uit. Je kent vast wel zo’n glazen bol waar vloeistof en sneeuw in zit. Als je ermee schudt, waait de sneeuw op. Laat je hem een tijdje staan, dan wordt het water helder. Blijf oefenen met ontspannen totdat je hebt ontdekt hoe je van binnen de sneeuw kunt laten neerdwarrelen. Zo fijn als de innerlijke opjager het even opgeeft!

Lukt ontspannen niet? Doe iets eenvoudigs
Wat als je écht niet kunt ontspannen? Het lukt je bijvoorbeeld niet om twintig minuten te mediteren, een halfuur naar passerende mensen te kijken op een terras, onder een boom te zitten of over het water te staren. Kies dan een bezigheid die meditatief is, zoals tuinieren, breien of borduren.

Zorg er wel voor dat je een karweitje onder handen neemt dat op de automatische piloot kan. Dus geen ingewikkeld breipatroon of zeven verschillende borduursteken. En ga ook geen nieuwe tuin ontwerpen, maar gewoon onkruid wieden.

Schakel stapsgewijs terug
Zijn al bovenstaande adviezen niet aan jou besteed, omdat je altijd in de vijfde versnelling leeft? Dwing jezelf dan niet om meteen naar de eerste versnelling terug te schakelen, want dat is bijna onmogelijk.

Kies eerst een taak in z’n vier (kleding klaar hangen, tas inpakken voor morgen), dan een kleiner taakje in z’n drie (stukje van bureau opruimen) en daarna nog een klein klusje in z’n twee (nietjes in de nietmachine doen). Totdat je stapvoets rijdt. Nu kun je je wat gemakkelijker ontspannen, want de innerlijke slavendrijver heeft de tijd gehad om aan de nieuwe situatie te wennen.

Laat klusjes voor wat ze zijn
Bedenk je telkens nieuwe activiteiten en voelt het alsof je daardoor geen tijd hebt om te ontspannen? Probeer dan eens één klusje te laten liggen. Er gaat waarschijnlijk niets mis, als je een keer niet je mailbox leeg hebt en je keukenkastjes plakkerig blijven. Het is niet erg als je nóg een dagje met de bus naar je werk gaat omdat je fietsband lek is.

Mijn overgrootmoeder Marie zei altijd: ‘Slakken en hazen vieren tegelijk nieuwjaar.’ En gelijk had ze.

Hoe ga je om met zelfsabotage?

Sommige mensen beginnen liever niet aan iets nieuws, want ze denken dat ze het toch niet kunnen. Hun innerlijke criticus in de vorm van de saboteur werkt verlammend. Wat te doen tegen zelfsabotage?

Als je innerlijke criticus een saboteur is, dan vind je het lastig om stappen te zetten. Je weet wel wat je wilt, maar je denkt: ‘dat kan ik toch niet’. Een andere baan zoeken, met een nieuwe hobby beginnen, een studie oppakken, een muur blauw verven, op avontuur gaan… Je stelt je voor hoe het zou zijn, je droomt er misschien van… Maar je doet het toch maar niet.

Begrijp de bron

Wat te doen? Allereerst is het essentieel dat je begrijpt wat de oorzaak is van de zelfsabotage. Wie heeft tegen jou gezegd ‘je kunt het toch niet’ of ‘doe dat nou maar niet, dat gaat vast mis’? Grote kans dat je dit soort boodschappen hebt gehoord in je opvoeding of op school. Maar wil je daar echt in blijven geloven?

Niet nu maar morgen

Ook belangrijk is om te onderzoeken of je innerlijke saboteur smoezen bedenkt. Bijvoorbeeld: ‘Als ik meer geld had, als ik meer tijd had, als mijn partner anders was, dan…’ Dat soort gedachten houdt je onnodig tegen. Ook gedachten als ‘Vandaag lukt het nog niet, maar morgen ga ik…’ kunnen je ondermijnen. Want morgen is altijd een dag verwijderd van nu.

Stap voor stap

Hoe ga je om met die saboteur in jezelf? De truc is om de natuurlijke angst en onzekerheid toe te laten die horen bij een nieuwe stap. Ben je bang voor het onverwachte? Vrees je dat je het niet meteen goed doet? Dat is heel normaal. Iedereen die iets nieuws aanpakt, ervaart spanning. Je kunt die fase niet overslaan.

Eén teentje in het water

Vanuit een liefdevolle houding naar jezelf kun je heel kleine stappen zetten. Ga te werk zoals je een klein kind aan de zee laat wennen: eerst een teentje erin. Daarna een voetje. Dan weer even het strand oprennen om de nieuwe ervaring te verwerken.

Kinderachtig? Misschien, maar heel voorzichtig beginnen is toch nog altijd veel fijner dan helemaal niet beginnen.

Hoe ga je om met de controlfreak in jezelf?

Sommige mensen hebben het liefst alles onder controle. Zo veel mogelijk situaties willen ze in de hand houden en beheersen. Hun innerlijke criticus kan weinig dingen loslaten. Delegeren ligt moeilijk. Hoe om te gaan met de controlfreak in jezelf?

Controlfreaks hebben de beste bedoelingen. Ze zijn bezorgd dat er iets misgaat. Met hun controlerende gedrag hopen ze hun omgeving zo te beïnvloeden dat de ander en henzelf verdriet, teleurstelling of pijn bespaard blijft. Want als je naasten gelukkig zijn, ben je dat zelf ook.

Naar binnen en naar buiten gericht

De neiging tot controle is er bij controlfreaks langzaam ingesleten. Eerst proberen ze hun eigen innerlijke leven te beheersen door zich min of meer af te sluiten van hun gevoelens. Later breidt die neiging tot controle zich uit naar hun omgeving. Ook daar moeten lastige emoties worden vermeden.

Meestal weet je het wel van jezelf, als je een controlfreak bent. Andere mensen vertellen het je, want ze hebben er last van. Ze willen niet dat jij alles voor ze bepaalt, want dat benauwt ze. Maar als controlfreak kun je niet anders, het voelt alsof je per se wél controle moet uitoefenen op mensen en situaties. Anders loopt er iets uit de hand.

Niet fijn: slecht slapen en piekeren

Ook voor jezelf is het niet altijd fijn om een controlfreak te zijn: je kunt je waarschijnlijk slecht ontspannen. Misschien neem je weinig rust, slaap je niet goed of zit je overal bovenop, ten koste van je eigen energie. Piekeren doen controlfreaks vaker dan anderen. Ze vinden het lastig om verdriet, onmacht en wanhoop te voelen, dus proberen ze rationele oplossingen te vinden voor problemen.

Wil je wat meer leren loslaten? Ga dan vooral niet de strijd aan met je controlegedrag.

Niet? Nee, belangrijker is om je te wenden tot je gevoelens. Kun je een stap zetten om lastige emoties te ervaren en er niet voor weg te vluchten? Denk bijvoorbeeld aan machteloosheid, teleurstelling, verdriet, boosheid, kwetsbaarheid, spijt, schaamte of schuldgevoel. Laat die een heel klein beetje toe, in plaats van te gaan piekeren. Een hulpmiddel daarbij kan zijn om te ontspannen en daarbij dieper adem te halen.

Een hele ommekeer: je emoties toelaten

Valkuilen voor controlfreaks zijn relativerende gedachten als ‘dat is niet zo erg’, ‘ach, het valt best mee’ of ‘het zal wel weer overgaan’ als het gaat om de werkelijk pijnlijke dingen in het leven. Als iets niet is gelukt, dan baal je gewoon. Als iemand je beledigt, voel je je nu eenmaal gekwetst. Als iemand uit je familie ongelukkig is, heb je natuurlijk verdriet. Geef niet krampachtig een positieve draai aan negatieve zaken. Veeg lastige dingen niet onder het tapijt en wuif ze niet weg.

Leer erop vertrouwen dat pijnlijke gevoelens opkomen, maar ook weer overgaan. Als eb en vloed. Negatieve emoties kun je leren verdragen. Zeg eens voluit ‘Ach, wat jammer’ of ‘Oh, wat een tegenvaller’, of: ‘Ik baal hier enorm van’. Leid jezelf niet af met iets leuks of een klusje. Oefen je erin om een dagje sneu, boos, gekwetst of verdrietig te zijn.

Wie innerlijk ruimte en draagkracht creëert voor lastige emoties, hoeft zijn omgeving niet meer onder controle te houden. Overgave aan alle mooie én treurige momenten, daar draait het om als je de controlfreak in jezelf wilt verzachten.

Wat kun je doen tegen perfectionisme?

Als je een rasechte perfectionist bent, valt het niet mee om dat los te laten. Wat kun je doen om toch een heel klein beetje de Franse slag te ontwikkelen?

1. Laat een foutje zitten.

Zit er een vlekje op je broek? Is je keuken rommelig? Liggen je dossiers niet op alfabet? Doe er even niets aan. Probeer de imperfectie te verdragen. Leid jezelf af. Er zijn belangrijker dingen.

2. Doe iets wat je niet goed kunt.

Begin met een hobby waarin je nooit zult uitblinken. Ga tangodansen, kalligraferen, glas-in-loodramen maken, yoga’en of paardrijden. Dit helpt je om te wennen aan fouten maken. Have fun!

3. Ontwikkel humor.

Zie de humor in van je imperfecties. Die zijn vaak grappig. Vertel over je minder sterke eigenschappen aan je vrienden. Wedden dat ze ook ‘zwakheden’ hebben.

4. Noem fouten geen fouten.

Geef een fout een andere naam. Suggesties: ‘creatieve oplossing’, ‘slip of the tongue’, ‘dichterlijke vrijheid’ of ‘bewijs van mijn levendige geest’. Lastig? Probeer dan de term ‘vergissing’. Klinkt toch wat milder.

5. Laat de ander zijn wie hij/zij is.

Zie je een imperfectie in iemand anders? Zeg er niets van, ook niet als die persoon al lang uit beeld is. Natuurlijk oordeel je, dat kan niet anders, maar laat het oordeel ook weer wegsmelten.

6. Ga imperfect de straat op.

Vertoon je in het openbaar zonder je vertrouwde make-up, geföhnde kapsel of stijlvolle jas. Wees tien procent slonziger dan normaal. Geniet van vriendelijke knikjes. En geef geld aan een zwerver.

7. Plaats een blunder op de sociale media.

De sociale media zijn er voor je meest glanzende kant. Doorbreek dat patroon. Deel je imperfectie. Dat doe ik deze week elke dag, dus volg me op facebook.

8. Vergelijk jezelf niet met perfectere mensen.

Kijk je met ontzag naar perfectere mensen? Bedenk: ‘Er kan maar één groep de Beatles zijn. Dat hoeft anderen er niet van te weerhouden muziek te maken.’

9. Maak een dikke, vette fout.

Als uitsmijter een advies voor gevorderden. Maak opzettelijk een fout. Schrijf ‘wordt’ waar het ‘word’ moet zijn. Desnoods in een mailtje naar een vriendin. Bestel courgettesoep als er tomatensoep op het menu staat. Oefen je in een laconieke reactie. ‘Oh, echt? Ja, kan gebeuren.

PS: Dit blog over perfectionisme is geschreven in één uur, meestal doe ik er ruim drie uur over. Ik heb het geschreven in een restaurant, tussen het voor- en het hoofdgerecht. Het is niet geredigeerd en niemand heeft me feedback gegeven. Ik heb het ook niet gecontroleerd op papier. Mijn doel was om het heel snel af te hebben, niet om het perfect te maken. Want… better done than perfect.

De perfectionist

Sommige mensen hebben last van perfectionisme. Hun innerlijke criticus ziet elk krasje, elke rimpel, elke spelfout. Ze streven naar perfectie, maar die bereiken ze nooit. Wat te doen tegen de perfectionist in jezelf?

‘Wat is je slechtste eigenschap?’, wordt vaak gevraagd tijdens een sollicitatiegesprek. Een heel populair antwoord: ‘perfectionisme’. Komt natuurlijk goed over op een potentiële werkgever, want die wil geen sloddervos aannemen. Maar is perfectionisme wel zo perfect?

Perfectionisme draagt niet bij aan succes

Allereerst is het handig om te begrijpen dat perfectionisme problematisch is. Het leidt tot uitstelgedrag. Als je eenmaal aan een taak begint, doe je er als perfectionist veel te lang over. Bovendien bedreigt overdreven perfectionisme je psychische gezondheid. Je kunt er gespannen, opgebrand en zelfs depressief van raken.

Jezelf vergelijken met het facebook-imago van iemand anders

Misschien zijn veel mensen perfectionistisch omdat ze via de sociale media een te positief beeld krijgen van anderen. Ze vergelijken zich met iemands imago, niet met iemands realiteit. Er staan nooit foto’s op facebook van voortslepende echtelijke ruzies, beschimmelde vaat of een dagje apathisch hangen voor de tv.

Mensen zijn ook perfectionistisch omdat ze een perfect leven verwarren met een betekenisvol leven. Ze denken dat hun leven pas echt waardevol kan zijn, als alles perfect is. Hun spullen, hun huis, hun relatie, hun uiterlijk, hun vriendschappen, hun kinderen, alles moet perfect zijn. Maar dat lukt niemand.

Even geen perfectionisme | vredig moment

Heel ontroerend vond ik een gesprek dat ik laatst had met een vriend van mij, Norbert. Hij vertelde dat hij diep in zijn hart altijd bang is geweest om een gehandicapt kind of kleinkind te krijgen. Nu past hij wekelijks een dag op zijn meervoudig gehandicapte kleindochter. “En ik beleef de mooiste, vredigste momenten met haar. Het is zo fijn om goed voor haar te zorgen. Heerlijk als ze lacht.”

Zijn verhaal herinnerde me er weer even aan dat het leven niet gaat over perfect zijn. Het gaat over contact, warmte, openheid, ervaringen, diepgang en stilte. Over emoties kunnen hanteren, inclusief het voelen van je teleurstelling over al het imperfecte.

Hoe ga je om met de veroordelaar in jezelf?

Sommige mensen hebben harde oordelen over zichzelf. Ze halen zichzelf neer, zien elke misstap als een grote blunder. Hun innerlijke criticus is een echte veroordelaar. Wat te doen?

Een greep uit de oordelen die we over onszelf hebben: lui, jaloers, niet ad rem, zwak, traag, dom, afhankelijk, geen doorzetter, onverstandig met geld, oud, lelijk of ondankbaar. Herken je er een of meer? Iedereen heeft dergelijke oordelen over zichzelf.

Vriendschappelijke blik
Je zou waarschijnlijk milder oordelen, als een van je vrienden dezelfde eigenschap had. “Hij is soms wat lui, maar als het erop aankomt, kan hij heel hard werken. Echt iemand die je zou vragen voor je verhuizing.” Of: “Zij is niet uitgesproken knap, maar ze hééft iets en ze kleedt zich goed. Haar uitstraling is bijzonder.”

Veroordeel je oordeel niet
Hoe kun je ophouden met oordelen over jezelf? De eerste stap is om niet langer te denken dat je jezelf niet zou moeten veroordelen. Dus stop met het oordeel over het oordeel. Creëer ruimte. In plaats van ‘wat stom dat ik mezelf veroordeel’ kun je denken: ‘Kijk, wat interessant, ik veroordeel mezelf nu. Laat ik daar eens over nadenken. Wat kan ik erover ontdekken?’

Maak het milder
De volgende stap is om je af te vragen of het oordeel milder kan. Misschien haal je je vermeende minder sterke eigenschap uit proportie. Ben je in alle gevallen dom? Of kun je enorm goed rekenen en plannen, maar ben je niet zo sterk in schrijven? Ben je werkelijk nooit ad rem, of sta je alleen met een mond vol tanden als iemand plotseling boos op je wordt? Nuanceer je oordeel en bedenk een aantal situaties waarin je wel slim of ad rem was.

Denk niet, maar voel
Oordelen komen vaak in de plaats van gevoelens. Anders gezegd: ‘doen’ komt in de plaats van ‘zijn’. Als je het oordeel niet ‘denkt’, maar het als het ware ‘voelt’, wat gebeurt er dan? Misschien word je verdrietig of voel je teleurstelling. Je zou perfect willen zijn, maar helaas… dat ben je niet. Geen enkel mens heeft alleen maar goede eigenschappen.

Compassie
Een zelfcompassie-experimentje. Bedenk hoe je je voelt tegenover de mensen om wie je veel geeft. Neem er één in gedachten. Misschien ervaar je iets van vriendelijkheid vanuit je hart. Mildheid, zachtheid, geduld, acceptatie.

Kijk eens of je diezelfde vriendelijkheid ook naar jezelf kunt richten. Voelt het gek, lastig, onmogelijk? Begrijpelijk, want dat zijn we niet gewend. En ook daar kun je een oordeel over hebben. Maar je kunt ook zeggen: ‘Hé, interessant! Wat kan ik daarover ontdekken?’

Zes soorten zelfkritiek. Welke herken jij?

Bij de term ‘innerlijke criticus’ heeft iedereen wel een beeld. Maar wist je dat er maar liefst zes soorten zijn?

Even opfrissen: wat is ook alweer exact die innerlijke criticus? Dat is een gedachte over jezelf die jou niet steunt, maar je juist in de weg zit. De innerlijke criticus bestaat uit vermaningen naar jezelf, negatief commentaar op jezelf en sombere ideeën over jezelf. Er zijn zes soorten van de innerlijke criticus.

De veroordelaar
De veroordelaar heeft een nogal uitgesproken, ongezouten mening over jou. ‘Ik ben lelijk.’ Of: ‘Wat doe ik toch weer onhandig, ik kan ook niks.’ De veroordelaar heeft een ideaalbeeld van jou voor ogen en daar voldoe je niet aan. Hij velt een ongenuanceerd oordeel.

De saboteur
De tweede vorm van de innerlijke criticus heet de saboteur: ‘Ik begin er maar niet aan, het lukt me toch niet.’ Of: ‘Ik kan het niet, dat zul je zien.’ Of: ‘Ik blijf maar gewoon doen wat ik altijd doe, dan gaat er niets mis.’ De saboteur ondermijnt je plannen, ambities en dromen.

De vernietiger
De vernietiger is veruit de akeligste vorm van de innerlijke criticus. Volgens hem kun je er maar beter helemaal niet zijn. ‘Ik ben niet de moeite waard. Niemand zit op mij te wachten.’ De vernietiger is zo naar! Zoek professionele hulp als de vernietiger een grote rol speelt in je leven.

De opjager
De opjager heeft net als de andere innerlijke critici een oordeel over jou, maar jaagt je bovendien op om jezelf te verbeteren. Je moet meer je best doen: harder lopen en hoger springen. Op het sportveld en ver daarbuiten. De opjager kun je herkennen aan gedachten als ‘Ik moet dit in veel minder tijd doen dan de vorige keer.’ Of: ‘Ik moet van dit project een groot succes maken.’

De perfectionist
De perfectionist zorgt ervoor dat je altijd wat te verbeteren hebt. Alles kan altijd mooier, verfijnder, intelligenter, beheerster, aangenamer en beschaafder. ‘Ik zie er niet zo goed uit, want deze handtas past niet bij mijn schoenen.’ De perfectionist houdt je dus behoorlijk bezig, want perfectie bestaat eigenlijk niet.

De controlfreak
De laatste vorm van de innerlijke criticus is de controlfreak. Dit gespannen type wil graag alles onder controle houden. ‘Ik moet van minuut tot minuut een draaiboek maken voor het feest, anders loopt het mis.’ Niets mag uit de hand lopen. Dus go with the flow is uit den boze. De controlfreak laat zijn greep nooit los.

Nu aan de slag
Word je een beetje moedeloos van al deze types? Snap ik. Herken je je in een of meerdere soorten? Heel normaal. Is er iets aan te doen? Ja, gelukkig wel. Blijf dit blog volgen, want in de komende tijd bespreek ik remedies tegen enkele vormen van zelfkritiek.

Kun je nu ook al iets doen? Zeker!
Merk je dat je jezelf veroordeelt, stop dan met het woord ‘ik’ te gebruiken bij zelfkritiek. Zeg dus niet: ‘Ik ben altijd zo slordig.’ maar ‘Mijn innerlijke criticus zegt dat ik altijd slordig ben, maar…’ Op deze manier neem je wat afstand van je innerlijke criticus. Je valt er niet meer mee samen. Dat is een goed begin.